**1..** Burgemeester en wethouders kunnen buiten een inrichting in de
zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht, buiten de weg
gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het
uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
gezondheid, verboden is een of meer van de volgende daarbij
nader aangeduide, voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen
of aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door
hem gestelde regels:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans, kampeerwagens, boten, tenten en andere
dergelijke, gewoonlijk voor recreatieve doeleinden
gebezigde voorwerpen, indien het plaatsen of aanwezig
hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
anderszins voor een commercieel doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van
vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
metalen.
**2..** Het is verboden op een door burgemeester en wethouders krachtens
het eerste lid aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp
of stof:
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben; dan wel
op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben anders
dan met inachtneming van de door hen gestelde regels.
**3..** Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet op de Ruimtelijke
Ordening of een provinciale regeling.
Hoofdstuk 4. › Afdeling 2:
Artikel 4.2.1.
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening