Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Afdeling 4:

Artikel 5.4.1.

Crossterreinen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de wegenverkeerswet 1994 een wedstrijd te houden dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijk doel daartoe aanwezig te hebben. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Zij kunnen daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: In het belang van het voorkomen of beperken van overlast; In het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; In het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijd en ritten of van het publiek. 3.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel