Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Intrekking

Onderdeel van Verordening Speelautomatenhal Midden-Drenthe

1.. De burgemeester zal de vergunning intrekken: als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; als de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 7, eerste lid onder e van deze verordening; als gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; als de exploitatie van een speelautomatenhal, op grond van een besluit van de ondernemer, voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken; als het KEMA - keurcertificaat wordt verloren door de ondernemer. 2.. Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van dit voornemen in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om in persoon of bij gemachtigde door de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar te worden gehoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel