1.Het dagelijks bestuur stelt aan de Wsw-raad zodanige middelen ter beschikking dat
de cliëntenraad redelijkerwijs in staat kan worden geacht om in het kader van de
uitvoering van deze verordening de belangen te behartigen van de Wsw-gerechtigden
die woonachtig zijn in de bij GR SWZ aangesloten gemeenten.
2.De middelen als bedoeld in het eerste lid worden jaarlijks toegekend op basis van een
begroting.
3.De gemaakte kosten worden door de Wsw-raad aan het dagelijks bestuur
verantwoord vóór 1 februari van het jaar volgend op het jaar waarop de
verantwoording betrekking heeft.