**1..** Indien de subsidieverlening € 50.000,00 of meer bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk dertien weken na het verricht zijn van de activiteiten;
bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
**2..** De aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) conform ingediende begroting;
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;
een accountantsverklaring. De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een accountantsverklaring. De controle richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoordingsinformatie.
**3..** In aanvulling op het gestelde onder d van het tweede lid kan het college besluiten tot het in gebruik stellen van een accountantsprotocol.
**4..** Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 7:3
Verantwoording subsidies van € 50.000,00 of meer
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Breda 2011