Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 7:3

Verantwoording subsidies van € 50.000,00 of meer

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Breda 2011

1.. Indien de subsidieverlening € 50.000,00 of meer bedraagt, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een eenmalige subsidie, uiterlijk dertien weken na het verricht zijn van de activiteiten; bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk vier maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) conform ingediende begroting; een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; een accountantsverklaring. De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een accountantsverklaring. De controle richt zich op de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoordingsinformatie. 3.. In aanvulling op het gestelde onder d van het tweede lid kan het college besluiten tot het in gebruik stellen van een accountantsprotocol. 4.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel