Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8.

Artikel 8:2

Vermogensvorming subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Breda 2011

1.. Indien de subsidieontvanger jaarlijks van het college subsidie ontvangt, mogen eventuele exploitatieoverschotten in enig jaar, met schriftelijke toestemming van het college, worden gereserveerd tot een maximum van 10% van de laatst ontvangen periodieke subsidie. 2.. Indien een reserve als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is opgebouwd, dient de subsidieontvanger deze reserve gedurende een periode van 3 jaar aan te wenden om eventuele exploitatietekorten in deze jaren op te vangen. 3.. De subsidieontvanger is, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor in de volgende gevallen een vergoeding verschuldigd aan het college: indien de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; indien de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; indien de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; indien de rechtspersoon die subsidie ontvangt wordt ontbonden. 4.. De hoogte van de in het vorige lid bedoelde vergoeding wordt bepaald door het college, maar in geval van ontbinding van de rechtspersoon die subsidie ontvangt vervalt het batig saldo van de liquidatierekening - gelimiteerd tot het bedrag dat opgebouwd is met (behulp van) gemeentelijke subsidie - aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel