**1..** Een ondersteuningsvrager kan voor een woonvoorziening als bij artikel 3.1, eerste lid, onder a genoemd in aanmerking worden gebracht ter compensatie van aantoonbare beperkingen of problemen, als gevolg van ziekte of gebrek, die het uitvoeren van de algemene dagelijkse levensverrichtingen en het normale gebruik en/of de bereikbaarheid van de woning belemmeren.
**2..** Een ondersteuningsvrager kan voor een woonvoorziening als bij artikel 3.1, eerste lid, onder b. en c. genoemd, in aanmerking worden gebracht als de in het artikel 3.1 eerste lid onder a genoemde voorziening niet te realiseren is of als de kosten van de woonvoorziening als genoemd in artikel 3.1 eerste lid sub b en c. lager zijn dan het bedrag zoals genoemd in het Besluit.
**3..** Een ondersteuningsvrager wordt een woonvoorziening als bedoeld in artikel 3.1 geweigerd als:
de noodzaak tot het treffen van deze woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning ten gevolge van ziekte of gebrek geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig was;
als de ondersteuningsvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij tevoren schriftelijk toestemming is verleend door het College.