Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 1.

Artikel 1.

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidies WWB

Dit artikel geeft enkel een omschrijving van een aantal relevante begrippen. De definitie van subsidie is niet opgenomen in dit besluit aangezien artikel 4:21 Awb een dwingende en algemene begripsomschrijving geeft. Dit artikel definieert subsidie als "een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten". De subsidie bedoeld in sub e dient als stimulans voor werkgevers om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Tevens dient de subsidie als compensatie voor een eventuele mindere arbeidsprestatie van de werknemer alsmede voor de kosten van begeleiding en scholing die noodzakelijk is voor de betreffende werknemer om te kunnen functioneren op de werkplek. Wanneer de werknemer scholing en begeleiding nodig heeft om een reguliere baan te krijgen dan kan dat uit het reïntegratiebudget worden gefinancierd. Hierbij zal door de gemeente op individuele basis worden getoetst of hiertoe wordt overgegaan. De werknemer behorende tot de doelgroep zal dan een verzoek bij de gemeente moeten indienen. In sub f wordt de doelgroep gedefinieerd; voor personen met uitsluitend een WWB-, IOAW- of IOAZ-uitkering kan een loonkostensubsidie worden verkregen. Het gaat hierbij overigens om personen die conform de criteria toeleiding gesubsidieerde arbeid behoren tot de doelgroep die voor een loonkostensubsidie in aanmerking komen. Het betreft in principe enkel personen die behoren tot de A2-doelgroep en die een traject via een reïntegratiebedrijf hebben doorlopen. Op grond van artikel 13 zou het college in individuele gevallen kunnen afwijken. Personen met een UWV-uitkering dan wel een combi-uitkering komen niet in aanmerking voor een loonkostensubsidie. Het is overigens wel mogelijk dat UWV deze loonkostensubsidie volledig inkoopt bij de gemeente. UWV dient dan alle kosten voor haar rekening te nemen. In sub g wordt de werknemer gedefinieerd als de persoon behorende tot de doelgroep met wie een dienstverband wordt aangegaan dan wel die door een uitzendbureau op uitzendbasis in dienst wordt genomen. In sub h wordt de werkgever gedefinieerd; hiertoe worden ook uitzendorganisaties die een uitzendcontract met personen behorende tot de doelgroep van dit besluit aangaan, gerekend. Overigens komen werkgevers in alle sectoren in de economie in Nederland in aanmerking voor de loonkostensubsidie, mits zij aan de voorwaarden voldoen. Dit is uitdrukkelijk vereist op basis van de Europese regelgeving op het gebied van mededinging en oneerlijke concurrentie. Wordt gekozen voor bepaalde sectoren dan zou sprake kunnen zijn van verboden overheidssteun. In sub j wordt de definitie gegeven van een fulltime dienstverband. Een fulltime dienstverband is hierbij het aantal uren dat de persoon nodig heeft om bijstandsonafhankelijk te worden. Afwijking hiervan naar boven is mogelijk; de loonkostensubsidie wordt dan echter niet hoger. Afwijking van het aantal uren naar beneden is in individuele gevallen ook mogelijk; dit ter beoordeling door de gemeente. Het minimum aantal uren bedraagt 10 uren per week. De hoogte van de loonkostensubsidie wordt naar rato vastgesteld. Het aantal uren dat iemand in een uitzendconstructie moet werken is niet in artikel 1 geregeld, maar in artikel 5. Dit vanwege de flexibiliteit in deze.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel