In deze afdeling wordt verstaan onder:
Horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt.Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis.
Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden.
Een terras is een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
Leidinggevende: datgene wat is aangegeven in de begripsbepalingen in § 1 van de Drank- en Horecawet.
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de exploitant, alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Wintertijd: sluitingstijd bij wisseling van zomer- naar wintertijd (waarbij de klok in oktober wordt teruggedraaid van 03.00 naar 02.00 uur): op de dag waarop de wintertijd wordt ingesteld, geldt voor de zogenaamde “natte” horeca (zonder ontheffing) als sluitingstijd de oude tijd van 02.00 uur, zoals die vóór instelling van de wintertijd wordt bereikt. In het kader van het voldoen aan bepaalde ontheffingsvoorschriften (zoals bijvoorbeeld muziek uit en licht aan) geldt voor ontheffinghouders de tijd van 03.00 uur, zoals die na instelling van de wintertijd opnieuw wordt bereikt. Eenzelfde regeling op die dag geldt voor sluiting van inrichtingen van de zogenaamde “droge” horeca (zonder ontheffing);
Zomertijd: sluitingstijd bij wisseling van winter- naar zomertijd (waarbij de klok in maart vooruit wordt gedraaid van 02.00 naar 03.00 uur): op de dag waarop de zomertijd wordt ingesteld, geldt voor zogenaamde “natte” horeca (zonder ontheffing) als sluitingstijd de tijd van 02.00 uur, zoals die vóór instelling van de zomertijd wordt bereikt. In het kader van het voldoen aan bepaalde ontheffingsvoorschriften (zoals bijvoorbeeld muziek uit en licht aan) geldt voor ontheffinghouders de tijd van 03.00 uur, zoals die na instelling van de zomertijd wordt bereikt. Eenzelfde regeling op die dag geldt voor sluiting van inrichtingen van de zogenaamde “droge” horeca (zonder vergunning).
Onder een periode van 2 maanden wordt verstaan het tijdvak in enig jaar, lopend van 1 januari tot 1 maart, van 1 maart tot 1 mei, van 1 mei tot 1 juli, van 1 juli tot 1 september, van 1 september tot 1 november en van 1 november tot 1 januari.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:27
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009