Het is de bestuurder van een rijwiel, al dan niet voorzien van een hulpmotor, verboden dit achter te laten:
op of aan de openbare plaats onbeheerd en niet door deugdelijke sluiting voor onmiddellijk gebruik ongeschikt gemaakt;
binnen de bebouwde kom op een voetweg anders dan hetzij evenwichtig aan en tevens rechtstreeks steunend tegen de gevel, het hek of de heg van het perceel waarin hij zich bevindt, hetzij in van overheidswege of met toestemming van de overheid aangebrachte rijwielhekken, tegels of klemmen:
zodanig dat in-, uit- of nooduitgangen van panden of percelen of de doorgang van het publiek versperd worden;
tegen de gevel van een gebouw wanneer dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 11.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen e.d.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009