Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 15.

Artikel 2:78

Cameratoezicht op openbare plaatsen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet, besluiten tot plaatsing/gebruik van vaste camera's voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. Dit voor zover dit naar oordeel van burgemeester, politie en justitie, gerechtvaardigd is. 2.. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van parkeergarages en parkeerterreinen die zonder enige vorm van beperking voor een ieder toegankelijk zijn. 3.. In afwijking van artikel 1:1 onder a. van deze verordening, is een openbare plaats op grond van lid 1. van dit artikel, een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties. 4.. Ter competentie van de raad de toepassing van cameratoezicht periodiek te evalueren; de eerste evaluatie zal uiterlijk één jaar na de eerste toepassing van cameratoezicht plaatsvinden en worden behandeld in de commissie Algemene zaken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel