Het college draagt zorg, dat afschriften van de in deze afdeling opgenomen bepalingen en de hierop betrekking hebbende wijzigingen worden toegezonden aan:
de directeur-generaal van het directoraat-generaal van het Verkeer van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat;
de directeur-generaal van de Rijkswaterstaat en voornoemd Ministerie;
de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Limburg;
de Commandant van het Korps Controleurs Gevaarlijke Stoffen;
de Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg;
de Algemene Verladers- en Eigen Vervoerdersorganisatie (E.V.O.) en de Commissie van Overleg voor het Goederenvervoer (C.O.G.)
de naar hun oordeel daarvoor in aanmerking komende bedrijven en instellingen in de gemeente.