Het is verboden een incidentele festiviteit te organiseren, toe te laten, feitelijk te
leiden of daaraan deel te nemen, indien:
de kennisgeving daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1.3 is gedaan;
gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de kennisgeving als bedoeld in artikel 4.1.3 zijn verstrekt;
de houder van de inrichting verzuimt te doen of na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om overmatige hinder te voorkomen;
de burgemeester het organiseren van een incidentele festiviteit verboden heeft, wanneer naar zijn oordeel de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze worden beïnvloed.
Artikel 4.1.5 (vervallen)
Artikel 4.1.6 (vervallen)
Artikel 4.1.7 Overige geluidhinder
Het is verboden toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
Het verbod geldt niet, voor zover artikel 2.4.16, de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet geluidhinder, de Wegenverkeerswet 1994, de Zondagswet, het Wetboek van Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1994 of het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen van toepassing zijn.
De ontheffing is persoonsgebonden.