**1..** Van het voornemen tot dunning van een houtopstand moeten bij het college of de door hem aangewezen ambtenaar een schriftelijke en ondertekende kennisgeving worden ingediend.
**2..** Het college geeft binnen een maand na het ontvangen van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, een verklaring van ontvangst af.
**3..** Behoudens het bepaalde in het vierde lid, is het verboden met het dunnen van een houtopstand te beginnen voordat de verklaring van ontvangst, bedoeld in het tweede lid, is afgegeven.
**4..** De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden gedaan indien de houtopstand moet worden gedund ingevolge een verplichting van het college, bedoeld in artikel 4.5.6, derde lid.
**5..** Het college kan ter bescherming van houtopstand in de in het tweede lid bedoelde verklaring van ontvangst aanwijzingen geven, welke bij het dunnen van de houtopstand in acht moeten worden genomen.
**6..** De verklaring van ontvangst, bedoeld in lid twee, vervalt als niet binnen 6 maanden na de dagtekening daarvan met het dunnen van de houtopstand is begonnen.
**7..** Het college geeft de verklaring van ontvangst als bedoeld in het tweede lid niet af als de kennisgeving van voorgenomen dunning geacht moet worden betrekking te hebben op het vellen van een houtopstand, waarvoor ingevolge deze verordening een vergunning is vereist.
**8..** In het geval bedoeld in het zevende lid, wordt de kennisgeving van voorgenomen dunning aangemerkt als een verzoek om vergunning als bedoeld in artikel 4.5.3. Het college stelt in dat geval degene die de kennisgeving van voorgenomen dunning heeft gedaan, binnen de in het tweede lid genoemde termijn schriftelijk van hun beslissing in kennis.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 5
Artikel 4.5.5
Meldingsplicht voor dunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel