Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Gronden voor de weigering van een splitsingsvergunning, betrekkende hebbend op de samenstelling van de woonruimtevoorraad

Onderdeel van Verordening op het splitsen van een recht op een gebouw in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (Huisvestingsverordening 2005)

1.. Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren indien: het gebouw of een gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest; het gebouw is gesitueerd in een gedeelte van de gemeente Breda dat is aangegeven op de bij deze verordening behorende bijlage en de huurprijs van één of meer van de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten daarvan lager is dan het bedrag dat is vastgesteld op grond van artikel 20, tweede lid, onder b, van de Huursubsidiewet; de aanvrager niet kan waarborgen, dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven, of de voormalige woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur ter bewoning, en het belang dat de vergunning bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur is bestemd. 2.. De splitsingsvergunning kan eveneens worden geweigerd, indien: het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voor zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen; de huurprijs van een of meer van de voormalige woonruimten lager is dan het krachtens het eerste lid, onder b, vastgestelde bedrag; niet gewaarborgd is, dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter bewoning, en het belang dat de vergunning bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad binnen de gemeente als geheel dan wel een deel daarvan, voor zover die woonruimtevoorraad voor verhuur is bestemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel