**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs,
een speciale school voor basisonderwijs of een school voor
voortgezet onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer
bedraagt dan € 23.400,-, wordt slechts bekostiging verstrekt voor
zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het
openbaar vervoer over de in artikel 11 dan wel artikel 15 bepaalde
afstand te boven gaan.
**2..** Ingeval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen
het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders
van een leerling die een school voor basisonderwijs, een speciale
school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs
bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk
is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 dan
wel artikel 15 bepaalde afstand indien het inkomen van de ouders
meer bedraagt dan € 23.400,-.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die gebaseerd is op artikel 30, eerste
lid van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van € 23.400,-, genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 2013 jaarlijks aangepast aan de
wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen
werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste
bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde
bedrag.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.