Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf I

Artikel 4

Inspraakprocedure

Onderdeel van Inspraakverordening Breda 1998

1.. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2.. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. 3.. vervallen. 4.. Het bestuursorgaan stelt voor elk beleidsvoornemen waarop inspraak wordt verleend een communicatieplan vast dat naast uitleg over de ingevolge de leden 1, 2 dan wel 3 van toepassing zijnde procedure tevens informatie bevat over: de aard van het beleidsvoornemen, zodanig dat de insprekers zich daarvan een duidelijk beeld kunnen vormen; de beslispunten in het besluitvormingsproces waarover inspraak zal plaatsvinden alsmede een overzicht van het gehele besluitvormingsproces; voor zover mogelijk, de inhoudelijke en financiële en overige randvoorwaarden. 5.. Indien een informatie- of inspraakbijeenkomst wordt gehouden, wordt deze met tijd- en plaatsbepaling in de openbare kennisgeving aangekondigd. 6.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ten aanzien van de verdere wijze waarop de inspraak wordt gehouden nadere regels vast te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel