De hulpofficier van justitie (belast met de uitvoering van een huisverbod) te machtigen de volgende handelingen te verrichten:
ingeval van kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan, alvorens te besluiten tot het wel of niet opleggen van een huisverbod, overleg te plegen met Bureau Jeugdzorg (artikel 3 lid 1 juncto art. 2 lid 3 Wet tijdelijk huisverbod);
in een dermate spoedeisende situatie dat het huisverbod niet tevoren op schrift gesteld kan worden, het huisverbod mondeling aan te zeggen aan de uit huis te plaatsen persoon (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 7 Wet tijdelijk huisverbod);
het mededelen van het huisverbod en de consequentie van niet naleven, aan de huisgenoten van de uithuisgeplaatste, de aangewezen instantie voor advies en/of hulpverlening en Bureau Jeugdzorg (ingeval van kindermishandeling of een vermoeden daarvan) (artikel 3 lid 1 juncto artikel 2 lid 8 Wet tijdelijk huisverbod);
het binnen 24 uur regelen van juridische bijstand voor de uithuisgeplaatste nadat hij/zij hiertoe de eventuele wens te kennen heeft gegeven en wel voor de duur van de behandeling van het verzoek voor een voorlopige voorziening bij de rechtbank (artikel 3 lid 1 juncto artikel 5 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod).