Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.

Artikel 2.28C

Weigeringsgronden.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Veenendaal

1.. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare weg op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 2.. Een vergunning wordt in ieder geval geweigerd wanneer: de vestiging/exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan of met de Leefmilieuverordening; de beheerder binnen vijf jaar voor de beslissing op de aanvraag een horecabedrijf heeft geëxploiteerd dat op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op last van de burgemeester van die gemeente gesloten is geweest; degene die als houder zal optreden geen verklaring als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens dan wel een hiermee gelijk te stellen verklaring uit een andere lidstaat kan overleggen. 3.. Bij de toepassing van de in het eerste lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf wordt gevestigd en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot komt te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. 4.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10A beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die betrekking heeft op een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikgeving van die weg ten behoeve van het terras. 5.. Onverminderd het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de in het vierde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een horecabedrijf horende terrassen weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6.. Het bepaalde in het vierde en vijfde lid geldt niet, voor zover het Rijkswegenreglement of het Provinciaal wegenreglement van toepassing is. 7.. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; 8.. Voor het horecabedrijf als bedoeld in het zevende lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 9.. Voorts geldt het eerste lid niet voor: een horecabedrijf in zorginstellingen; een horecabedrijf in musea.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel