Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Havengeld 2009

In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt, voorzover niet anders bepaald, verstaan onder: vaartuig: een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebezigd dan wel bestemd of geschikt is voor vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende goederen; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid, van het Wetboek van Koophandel juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb.548 (Besluit binnenschependocumenten); schip: een binnenschip of een vissersschip; binnenschip: een vaartuig niet zijnde een pleziervaartuig dat uitsluitend wordt gebruikt voor de vaart op de binnenwateren; vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van goederen, benevens werkvaartuigen zoals baggerwerktuigen, zandzuigers en kraanschepen; passagiersschip: een binnenschip, dat middel van openbaar vervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen; charterschip: zeilend bedrijfsvaartuig t.w. een binnenschip, geen passagiersschip zijnde, dat overwegend of geheel met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen; vissersschip: een schip, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee; historisch schip een vaartuig dat als varend monument te boek staat en in het bezit is van een geldige “blauwe pas” uitgegeven door de L V B H B; laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen de zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip; ton: een massa van 1000 kilogram; tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel; termijn: een in de tabel genoemd tijdvak waarin het gebruik als bedoeld in artikel 2 plaatsvindt: dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uur; 7 dagen: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel