Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 15

Ankeren

Onderdeel van Havenverordening Hoorn 2005 (1e wijz)

1.. Het is verboden in de havens: 2.. een anker te bezigen om een vaartuig te stoppen; 3.. met een krabbend anker te varen; 4.. ten anker te komen of ten anker te liggen. 5.. De in het eerste lid gestelde verboden gelden niet voor een baggervaartuig, indien de ankers worden gebezigd bij het verrichten van baggerwerk. 6.. De ankers en/of de meermiddelen van het baggervaartuig, welke in en/of over het vaarwater uitstaan, moeten tijdig worden opgevierd, losgegooid en/of uitgestoken, zo dikwijls dit voor het veilig passeren van andere vaartuigen nodig is. 7.. Het in het eerste lid, onder a gestelde verbod geldt niet indien wordt gehandeld ter voorkoming van een aanvaring. 8.. Het in het eerste lid, onder c gestelde verbod geldt niet voor het, op de bij deze verordening behorende kaart aangegeven, ankergebied in de Buitenhaven.

Rechtspraak bij dit artikel