Onverlet het bepaalde in de APV is het verboden vloeistoffen, uitgezonderd water en huishoudelijk afvalwater, en voorwerpen of zelfstandigheden welke dan ook, over boord of van de wal in het water te werpen, te laten vallen, te pompen of te laten vloeien.
Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op lozingen waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is verstrekt.
Van het lid 1 genoemde huishoudelijk afvalwater moet uitgesloten worden de faeces van onderwatertoiletten. Onderwatertoiletten mogen dus niet gebruikt worden.
De schipper van een vaartuig zowel als de exploitant van een aan de havens gelegen terrein is verplicht:
zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van de in het eerste en derde lid genoemde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden, wordt voorkomen;
onmiddellijk na het te water geraken van de in het eerste en derde lid genoemde vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden daarvan kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij gebreke van dien, binnen de door burgemeester en wethouders te bepalen tijd uit de havens worden verwijderd.
Het is verboden rook, dampen, gassen, stoom of heet water op zodanige plaats of op zodanige wijze uit een vaartuig te laten ontsnappen, dat daardoor gevaar, hinder of schade kan ontstaan voor personen, dieren, goederen of vaartuigen.
Het is verboden aan boord van een vaartuig roet te blazen.
De schipper is verplicht bij het laden en lossen van zijn vaartuig zodanige voorzieningen te treffen, dat schade of overlast door stof, stank of anderszins jegens personen, dieren, goederen of vaartuigen wordt voorkomen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 51
Lozen stoffen
Onderdeel van Havenverordening Hoorn 2005 (1e wijz)