**1..** Voor zover in de overige artikelen van deze verordening niet anders is bepaald is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaartuig:
**2..** in de periode van 1 mei tot en met 30 september langer dan zes dagen achtereen in de havens te hebben;
**3..** in de periode van 1 oktober tot en met 30 april langer dan 213 dagen in de havens te hebben;
**4..** Indien tussen de periodes, waarin een vaartuig in de havens aanwezig is, minder dan twee etmalen zijn gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, als aaneengesloten beschouwd.
**5..** Het bepaalde in het eerste lid is voorts niet van toepassing op vaartuigen die op grond van de Verordening havengeld 2000 een jaarabonnement hebben voor het innemen van een ligplaats.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 9
Verblijfsduur vaartuigen
Onderdeel van Havenverordening Hoorn 2005 (1e wijz)