De raad van de gemeente Ameland;
gelezen het voorstel van het college d.d. 15 februari 2005;
gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende “Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Ameland 2005”:
Hoofdstuk I Inleidende bepalingen
Artikel 1 BegripsomschrijvingenIn deze verordening wordt verstaan onder:a. begraafplaatsen: de begraafplaatsen te Ballum, Hollum en Nes;b. eigen graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:1. het doen begraven en begraven houden van lijken;2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;3. het doen verstrooien van as;c. eigen urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:1. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;2. het doen verstrooien van as;d. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;e. asbus: een bus ter berging van as van een overledene;f. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;g. grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf;h. gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;i. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;j. rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf.
Artikel 2 Uitbreiding begrip eigen grafVoor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt voor zover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen urnengraf.
Hoofdstuk II Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 3 Openstelling begraafplaatsen1. De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maakt deze tijden openbaar bekend.2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
Artikel 4 Ordemaatregelen1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven.2. Het is de in het eerste lid genoemde personen verboden om zonder toestemming van de beheerder grafbedekkingen of gedenktekens op de begraafplaatsen op te richten, of andere werkzaamheden op de begraafplaatsen te verrichten.3. Wanneer de in het eerste lid genoemde personen andere werkzaamheden op de begraafplaatsen verrichten, dienen zij dit vooraf aan de beheerder mee te delen, waarbij zij tevens de aard van de werkzaamheden meedelen.4. De beheerder kan toestemming verlenen om de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip uit te voeren.5. Wanneer op het gewenste tijdstip een uitvaartplechtigheid of andere plechtigheid plaats vindt, kan de beheerder de uitvoering van de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip verbieden. Hij doet dit met de mededeling van het tijdstip waarop de werkzaamheden wel kunnen worden uitgevoerd.6. De beheerder ziet erop toe dat de in het eerste lid genoemde personen de begraafplaats netjes en verzorgd achterlaten op de plaats waar zij hun werkzaamheden hebben uitgevoerd.7. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.8. Degenen die zich niet aan de in het zevende lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.9. Het is verboden op de begraafplaatsen:a. zowel buiten als op de verharde paden te rijden met motorvoertuigen of met bespannen rij- of voertuigen, anders dan voor een begrafenis of het vervoeren van materialen, en met een hogere snelheid dan 10 km. per uur;b. te fietsen, rijwielen aan de hand mee te voeren of rijwielen te stallen;c. gedurende een kwartier vóór en tijdens teraardebestellingen op de begraafplaatsen, aldaar werkzaamheden te verrichten of materialen en dergelijke op de begraafplaatsen te vervoeren;d. spelen in welke vorm dan ook te bedrijven;e. op de grasperken te zitten of te liggen, de beplantingen te beschadigen of te bevuilen;f. op de zitbanken te liggen, te staan of deze op één of andere manier te beschadigen of te bevuilen;g. huisdieren onaangelijnd mee te nemen, aldaar te laten lopen of hun behoefte te laten doen;h. verwelkte bloemen, onkruid en dergelijke, anders dan in de daarvoor bestemde afvalbakken te deponeren;i. iets te doen of te laten, wat in strijd is met de eerbied die ter plaatse past.10. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het negende lid.
Artikel 5 Plechtigheden1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.3. Degenen die zich niet aan de in het tweede lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
Artikel 6 Opgravingen en ruimenHet opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
Hoofdstuk III Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 7 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de gemeente Ameland op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Zij dienen bij deze werkzaamheden de aanwijzingen van de beheerder op te volgen.
Artikel 8 Over te leggen stukken1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.2. Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.3. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 14, tweede lid.4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.5. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
Artikel 9 Tijden van begraven en asbezorging1. De tijden van begraven en het bezorgen van as zijn:- op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur;- op zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur.2. Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
Hoofdstuk IV Indeling en uitgifte der graven
Artikel 10 Indeling graven en asbezorging1. Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:a. eigen graven;b. eigen urnengraven.2. Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de eigen graven kunnen plaatshebben. Zij bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de eigen graven. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.3. Het college stelt bij nader vast te stellen regels criteria op waaraan moet worden voldaan voordat kan worden overgegaan tot het begraven of het bijzetten van as van personen, die buiten de gemeente Ameland hun laatste woonplaats hadden en buiten de gemeente Ameland zijn overleden.
Artikel 11 Volgorde van uitgifteDe eigen graven worden slechts voor directe begraving uitgegeven.
Artikel 12 CategorieënHet college kan bij nader vast te stellen regels de eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte.
Artikel 13 Termijnen eigen graven1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaatsen zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van twintig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 10 jaren, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.3. Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken.4. Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 14, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Artikel 14 Overschrijving van verleende rechten1. Het recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen een jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.3. Indien na het overlijden van de rechthebbende het schriftelijk verzoek tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, is het college bevoegd het recht op het eigen graf te doen vervallen.4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van een jaar kan het college het eigen graf alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een eigen graf dat inmiddels is geruimd.
Artikel 15 Afstand doen van gravenZonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het eigen graf. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
Artikel 16 Sluiting van graven1. Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende kan het college een graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of asbus worden bijgezet, dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de rechthebbende in zijn verzoek met name heeft genoemd.2. Het college bepaalt in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stelt de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan voordat het graf gesloten wordt verklaard.
Hoofdstuk V Grafbedekkingen
Artikel 17 Vergunning grafbedekking1. Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.2. De rechthebbende van een eigen graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.3. Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college nadere regels vaststellen.4. Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels.5. Het college kan de vergunning weigeren indien:a. niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels;b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.6. Het bepaalde in artikel 20, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18 Niet-blijvende grafbeplantingNiet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende twaalf weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.
Artikel 19 Verwijdering grafbedekking1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college worden verwijderd.2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt door het college bekendgemaakt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd, door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt zij aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend.3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 17 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn.4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:a. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken;b. de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald.
Artikel 20 Onderhoud door de rechthebbende1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.2. Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.3. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op een bij het graf te plaatsen bordje als het adres van de rechthebbende niet bekend is.4. Het college kan de rechthebbende per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
Hoofdstuk VI Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 21 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is. In dat geval deelt zij mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maakt zij uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend.2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen.3. De rechthebbende op een eigen graf, kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. De rechthebbende op een eigen urnengraf kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Hoofdstuk VII Instandhouden historische graven en opvallende grafbedekking
Artikel 22 Lijst1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.2. Alvorens tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.3. De gemeenteraad beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.
Hoofdstuk VIII Inrichting register
Artikel 23 Voorschriften1. Het college kan voorschriften vaststellen voor het register van de begraven lijken en de bezorgde as.2. Het register wordt bijgehouden door de beheerder.
Hoofdstuk IX Slotbepalingen
Artikel 24 Intrekking oude regelingDe “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Ameland 1994”, vastgesteld op 25 juli 1994, wordt ingetrokken.
Artikel 25 Overgangsbepaling1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Ameland 1994” gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de “Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Ameland 1994” is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 26 Strafbepaling1. Hij die handelt in strijd met de artikelen 3, 4, 5, 9, 17 en 20 wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.2. Overtreding van artikel 4 van de verordening kan worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 27 InwerkingtredingDeze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van uitgifte van de gemeentelijk “Info” waarin zij is geplaatst.
Artikel 28 CiteertitelDeze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Ameland 2005.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Ameland 2005