1.Bij het doen van voorstellen met betrekking tot de naamgeving van delen van de openbare ruimte door
de Commissie naamgeving gelden de navolgende criteria:
een bestaande naamgeving van de openbare ruimte wordt alleen in geval van noodzaak gewijzigd;
de naamgeving van de openbare ruimte moet zoveel mogelijk in categorieën per buurt bij elkaar horen. Deze samenhang kan worden versterkt door een uniform prefix of suffix;
bij voorkeur wordt aansluiting gezocht bij (bestaande) historische, kadastrale en volksbenamingen;
samengestelde, te lange, moeilijk uitspreekbare en moeilijk schrijfbare namen worden vermeden;
er moet geen gevaar zijn voor verwarring met bestaande namen van de openbare ruimte in zowel de gemeente Maastricht als in de aangrenzende gemeenten;
de naamgeving van de openbare ruimte moet niet gemakkelijk te verbasteren zijn;
persoonsnamen worden in beginsel vermeden. Worden voorstellen gedaan om wel persoonsnamen te geven, dan dient een hele buurt uit dezelfde categorie personen afkomstig te zijn en dienen de betrokken personen te zijn overleden. Voorkeur gaat daarbij uit naar personen uit de eigen stad of streek.
De bronnen voor de naamgeving van de openbare ruimte zijn: geschiedenis, folklore, toponomie, handel, nijverheid, literatuur, kunst en wetenschap en op de eerste plaats uit de eigen stad of streek.