Naar hoofdinhoud

Artikel XI.

Vergunning ex artikel 3, lid 2, onder k van de Parkeerverordening 2008; Incidentele vergunning:

Onderdeel van Verleningsvoorschriften 2008

1.. Het aanvragen van een incidentele vergunning dient te geschieden door middel van het inleveren van het door ons daarvoor vastgestelde aangifteformulier bij Bureau Stadstoezicht; 2.. Teneinde het houderschap van het voertuig waarvoor vergunning wordt aangevraagd vast te kunnen stellen, dient de aanvrager/aanvraagster het kentekenbewijs van dat voertuig dat op zijn/haar naam staat te overleggen; 3.. Indien het voertuig niet op naam van de aanvrager/aanvraagster, noch op naam van het bedrijf van de aanvrager/aanvraagster staat, dient een leasecontract, dan wel een geldig huurcontract ten aanzien van dat voertuig bij een erkend autoverhuurbedrijf op naam van de aanvrager/aanvraagster dan wel op naam van het bedrijf van de aanvrager/aanvraagster overlegd te worden; 4.. De aanvrager/aanvraagster dient een geldig rijbewijs op zijn/haar naam te overleggen; 5.. De beoordeling tot het verstrekken van een incidentele vergunning geschiedt door bureau Stadstoezicht; 6.. De kosten verbonden aan het verlenen van de vergunning dienen terstond per kas van Bureau Stadstoezicht bij het verlenen van de vergunning voldaan te worden; 7.. De verlening van de vergunning geschiedt verder conform artikel 4, leden 2 en 3 van de Parkeerverordening 2008.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel