**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
**3..** Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
**4..** De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.
**5..** De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.
**6..** De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport aan het college van burgemeester en wethouders.
**7..** De toezichthouder zendt een afschrift van het inspectierapport, naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, aan het college van burgemeester en wethouders en aan de Inspectie van het onderwijs, indien in een of meer van de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften, tekortkomingen zijn geconstateerd.
Artikel 6
Vastleggen onderzoeksresultaten
Onderdeel van Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen