Naar hoofdinhoud
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Enschede, gehouden op 12 juli 2011, De Griffier, R.M. Jongedijk De Voorzitter, P.J.E. den Oudsten Algemene toelichting Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilig en stimulerende omgeving te bieden. Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor is een landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met minimum kwaliteitseisen ontstaan. In de Wet zijn een aantal minimale eisen voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vast te leggen. Partijen hebben een convenant afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen. Bij het opstellen van deze verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen kinderopvang. Ruimte en inrichting Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. De binnen- en buitenruimten dienen te voldoen aan bestaande, algemeen geldende eisen over veiligheid en gezondheid die volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften, brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en dergelijke. Toezicht en handhaving In de artikelen 4, 5 en 6 is het kader voor het toezicht beschreven. Het kader is gebaseerd op artikel 2.19 van de Wet. Op de handhaving is, naast de algemene handhavingbevoegdheden uit de Awb en afdeling 3 Handhaving van de Wet, de Beleidsregels gemeente Enschede inzake handhaving kwaliteit en bestuurlijke boeten Wet kinderopvang 2009 van toepassing. Deze zal op termijn worden vervangen door de Beleidsregels gemeente Enschede inzake handhaving kwaliteit en bestuurlijke boeten Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel