Het college is bevoegd de vergunning als bedoeld in artikel 9 en 15 voor één of meer marktdagen voorwaardelijk of onvoorwaardelijk te schorsen van degene die:
het bepaalde bij of krachtens de marktverordening overtreedt;
van de standplaats gebruik maakt op een wijze die strijdig is met het doel waarvoor zij is verleend;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
de marktmeester in de uitoefening van zijn taak dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet naleeft;
direct of indirect de goede gang van zaken op de markt in gevaar brengt of verstoort;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet.