Artikel 10.2 van de Wet milieubeheer is op 23 mei 2003 uitgebreid met een verbod op het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer kwam naar voren dat het wenselijk werd geacht dat het college (burgemeester en wethouders) de bevoegdheid moest hebben om van het landelijke verbrandingsverbod (voortkomend uit de Wet milieubeheer) af te wijken door op gemeentelijk niveau een ontheffing te kunnen verlenen. Hiertoe is artikel 10.63 van de Wet milieubeheer opgenomen. De artikelen luiden als volgt:
Artikel 10.2
1. Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen door deze – al dan niet in verpakking – buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden;
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen verzet, voor daarbij aangegeven categorieën van gevallen vrijstelling (ontheffing) worden verleend van het verbod, bedoeld in het eerste lid. Artikel 10.63
1. Burgemeester en wethouders (het college) kunnen (kan), indien het belang van een doelmatig beheer van afvalwater zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.30, eerste lid, gestelde verbod;
2. Burgemeester en wethouders (het college) kunnen (kan), indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet, ontheffing verlenen van het in artikel 10.2 eerste lid, gestelde verbod om zich van afvalstoffen te ontdoen door deze buiten een inrichting te verbranden, voor zover het geen gevaarlijke afvalstoffen betreft. Artikel 10.64
1. De artikelen 8.5 tot en met 8.25 zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het verlenen, weigeren, wijzigen en intrekken van een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, met dien verstande dat - behalve ten aanzien van een ontheffing van de in artikel 10.2, eerste lid, en artikel 10.54, eerste lid, gestelde verboden -, voor die toepassing het belang van de bescherming van het milieu wordt beperkt tot het belang van een doelmatig beheer van de betrokken categorie van afvalstoffen, dan wel – indien het een ontheffing betreft van krachtens artikel 10.15, 10.17 en 10.18 gestelde regels - het door dat artikel beoogde belang.
2. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 10.15, 10.17 en 10.18 kan - in afwijking van het eerste lid - worden bepaald dat in daarbij aangegeven categorieën van gevallen afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is.
3. In afwijking van het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, tweede lid. Met de woorden “indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen niet verzet” wordt bedoeld dat gemeenten bij een aanvraag voor het verbranden van resthout eerst dienen te onderzoeken of een hoogwaardigere verwerkingsmethode, zoals versnipperen of composteren mogelijk is (De ladder van Lansink). Ontheffingsprocedure
Op grond van artikel 10.64 van de Wet milieubeheer (Wet milieubeheer) zijn de artikelen 8.5 tot en met 8.25 Wet milieubeheer van toepassing op het verlenen van een ontheffing van het verbrandingsverbod. Op grond van artikel 10.64, derde lid van de Wet milieubeheer is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (zijnde de "Uniforme openbare voorbereidingsprocedure") niet van toepassing op een ontheffing als bedoeld in artikel 10.63, tweede lid. Zie bovenstaand in tekst artikel 10.64.
Op grond van het bepaalde in art. 20.3 van de Wm treedt een stookontheffing in werking de dag na afloop van de bezwarentermijn (6 weken gerekend vanaf de dag na verzending van de stookontheffing). De mogelijkheid bestaat om de stookontheffing terstond van kracht te
verklaren (zie daartoe artikel 20.5 Wm). Als van deze laatste mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dan moet dat expliciet in de stookontheffing worden vermeld. Met het terstond van kracht verklaren kan de procedure tot ontheffingverlening worden bekort. Indien gemeenten hier gebruik van willen maken, dient wel in overweging genomen te worden dat de mogelijkheid voor belanghebbenden om bezwaar te maken, bemoeilijkt wordt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Wet milieubeheer
Onderdeel van Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht