Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.2

Stookvoorschriften

Onderdeel van Beleid van regio Rivierenland voor het verbranden van resthout in de open lucht

Melden verbranden: 1. De aanvrager dient minimaal 24 uur voor aanvang van het stoken dit te melden bij de gemeente. Bij ziek hout minimaal 4 uur. Locatie: 2. De stookplaats dient zodanig te worden gekozen dat de afstand van de rand van de stookplaats tot de volgende objecten tenminste bedraagt: a. 10 meter tot een oppervlaktewater; b. 10 meter van houtopstanden; c. 50 meter in een andere richting dan de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos of bosschage; d. 200 meter in de windrichting tot gebouw, opstal of ander bouwwerk; e. 100 meter in de windrichting tot een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos of bosschage. Voorwaarden: 3. Het stoken mag geen overlast (rook, roet, stof, walm of geur en dergelijke) of gevaar voor de omgeving opleveren. 4. De maximaal toegestane hoeveelheid is 30 m3 bij een ontheffing voor snoeihout. 5. Stamhout met een doorsnede van meer dan 25 cm mag niet worden verbrand. 6. De brandstapel is maximaal 75 m3 voor gerooid hout. 7. Het verbranden is niet toegestaan: a. in de periode 1 juni tot 1 november, dit is niet van toepassing voor ziek hout; b. tussen zonsondergang en zonsopgang; c. op een zaterdag, zon- of feestdag; d. tijdens waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging; e. bij mist of neerslag; f. bij een windkracht kleiner dan één of groter dan vijf Beaufort. Stoken: 8. Bij het aansteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt worden van aanmaakstoffen zoals afgewerkte olie, benzine, petroleum, autobanden en dergelijke. Wel toegestaan zijn schoon onbehandeld hout en papier. Het aansteken met een gasbrander is een bruikbaar alternatief. 9. Het vuur mag niet met bladeren, houtwol, hooi, stro of dergelijke gemakkelijk opstijgende brandstof worden onderhouden. 10. Er mag geen gerooid hout afkomstig van andere percelen worden toegevoegd. 11. Tijdens het stoken dient een toezichthouder aanwezig te zijn van 18 jaar of ouder. Deze dient tijdens de verbranding voortdurend ter plaatse aanwezig te zijn en zorg te dragen voor een goed brandend vuur, zodat geen vonken opstijgen en zo min mogelijk rookontwikkeling optreedt. 12. De toezichthouder dient een afschrift van de stookontheffing met bijbehorende voorschriften bij zich te hebben. 13. Aan het vuur mag geen ander afval of ander materiaal dan waarvoor ontheffing is verleend worden toegevoegd. 14. Alle aanwijzingen en bevelen die door of namens de commandant van de brandweer, opsporingsambtenaren van politie of toezichthouders van de gemeente worden gegeven, dienen steeds stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd.

Rechtspraak bij dit artikel