**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs
bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 17.697,43
wordt slechts een vergoeding verleend voorzover de kosten van het
vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de
in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval het college van burgemeester en wethouders in plaats van
een vergoeding in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan
wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een
school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een
eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer
over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de
ouders meer bedraagt dan € 17.697,43.
**3..** De kosten van openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 27, eerste
lid van de Wet personenvervoer, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van € 17.697,43, genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de
wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen
werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar,
en naar boven is afgerond op een veelvoud van € 100,00. Het
aangepaste bedrag treedt in de plaats van de in het eerste en tweede
lid genoemde bedrag van € 17.697,43.