**1..** In de gevallen, bedoeld in artikel 4:41, lid 2 van de Algemene wet
bestuursrecht, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken
van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een
vergoeding verschuldigd aan de gemeente.
**2..** De vergoeding is minimaal nihil, en is maximaal niet hoger dan het
totale bedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft
verstrekt.
**3..** Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende
mate ontleent aan de subsidie is deze de maximale vergoeding aan de
gemeente verschuldigd.
**4..** Indien het derde lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de
vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het
subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.
**5..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de
vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van
ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat
als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**6..** Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
door een onafhankelijke deskundige.
Hoofdstuk 7.
Artikel 21.
Vergoeding vermogensvorming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Almere 2011