**10.1.** Het toegekende subsidiebedrag wordt in vier gelijke termijnen aan het begin van ieder kwartaal bevoorschot.
**10.2.** Het college kan besluiten over te gaan tot stopzetting van de bevoorschotting wanneer:
art. 4:48 Awb van toepassing is;
de subsidie-ontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag geleid zou hebben;
de subsidieverlening onjuist was en de subsidie-ontvanger dit wist of behoorde te weten;
het duidelijk is dat de afgesproken prestaties niet gehaald gaan worden, en er ook geen zicht is op het alsnog behalen van de prestaties door de subsidie-ontvanger, te wijten aan wanprestatie van de subsidie-ontvanger;
de subsidie-ontvanger voldoet, ondanks herhaalde schriftelijke verzoeken, niet aan de in de verleningsbeschikking omschreven voorwaarden;
de subsidie-ontvanger heft de eigen rechtspersoonlijkheid op en / of beëindigt de te subsidiëren activiteiten;
de subsidie-ontvanger heeft geen rechtmatig bestuur en / of directie meer, waardoor uitvoering van de te subsidiëren activiteiten niet meer mogelijk is.
**10.3.** Het college maakt een besluit tot opschorting van de bevoorschotting bekend middels een brief aan de subsidie-ontvanger. De opschorting van de betalingsverplichting geldt vanaf het moment dat deze brief verzonden is, tot het moment dat het college een definitief besluit neemt over intrekking of wijziging van de verleningsbeschikking, met een maximale termijn van dertien weken zoals omschreven in art. 4:56 Awb.
**10.4.** Indien het college besluit tot stopzetting van de bevoorschotting, stelt het college de subsidie-ontvanger vooraf in de gelegenheid haar zienswijze kenbaar te maken.