Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Subsidiegrondslag

Onderdeel van Beleidsregel Jeugdsport

6.1. Het subsidiebedrag wordt berekend per jeugdlid, naar rato van het totaal aantal jeugdleden waar in het subsidiejaar subsidie voor wordt aangevraagd. 6.2. Bij de berekening van het subsidiebedrag per vereniging / scoutinggroep een factor 1, 2, 3, 4 of 5 toepassen, welke factor wordt bepaald door het percentage jeugdleden van een sportvereniging of scoutinggroep ten opzichte van het totale aantal leden van die vereniging. 6.3. De factor 1 toepassen bij het percentage 10,01 t/m 20,0 De factor 2 toepassen bij het percentage 20,01 t/m 40,0 De factor 3 toepassen bij het percentage 40,01 t/m 60,0 De factor 4 toepassen bij het percentage 60,01 t/m 80,0 De factor 5 toepassen bij het percentage 80,01 en hoger. Dit rekenvoorbeeld is gebaseerd op de situatie van 2005. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Een vereniging / scoutinggroep heeft 153 jeugdleden. Dit levert een percentage van34.30% op t.o.v. het totaal (446). Dit betekent bij deze vereniging /scoutinggroep toepassing van de factor 2 waardoor het totaal aantal jeugdleden dat voor de subsidie telt verhoogd wordt tot 306. Dit wordt voor elke vereniging / scoutinggroep toegepast zodat uiteindelijk het totaal aantal jeugdleden dat voor deze subsidie in aanmerking komt bijvoorbeeld 20.028 bedraagt. Het beschikbare budget gedeeld door 20.028 (het totaal aantal fictieve jeugdleden) geeft het subsidiebedrag per jeugdlid. Ergo per jeugdlid is € 2.37 beschikbaar. De hierboven aangehaalde vereniging / scoutinggroep ontvangt dus 306 X € 2,37 = € 725,00.

Rechtspraak bij dit artikel