**1..** Het college stelt maximaal één inspraakorgaan in dat wordt betrokken bij de uitvoering van de WWB.
**2..** De leden van dit inspraakorgaan worden door het college benoemd.
**3..** Het inspraakorgaan dient te bestaan uit zowel ervaringsdeskundigen (personen met een minimuminkomen) als uit vertegenwoordigers van maatschappelijke en belangenorganisaties die zich inzetten voor personen met een minimuminkomen.
**4..** Het college stelt dat inspraakorgaan in met een Reglement waarin, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, nadere regels worden gesteld ten aanzien van:
de samenstelling,
eventuele voordracht en benoeming,
beëindiging lidmaatschap
schorsing en ontslag
het voorzitterschap
de vergaderfrequentie
openbaarheid en beslotenheid
het periodieke overleg met de portefeuillehouder als bedoeld in artikel 4 van deze verordening
de ambtelijke ondersteuning
de beschikbare faciliteiten
het budget als bedoeld in artikel 7 van deze verordening
de persoonsgebonden vergoeding als bedoeld in artikel 8 van deze verordening en de daarvoor benodigde registratie.