Burgemeester en wethouders stellen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, voor elk beleidsvoornemen, waarop inspraak wordt verleend, een inspraakprocedure vast.
De inspraakprocedure omvat:
de wijze waarop inspraak wordt verleend;
een termijnstelling;
een omschrijving van de mate waarin en de voorwaarden waaronder de in artikel 3 genoemden invloed op het beleidsvoornemen kunnen uitoefenen.