Een uitweg wordt geweigerd indien:
a. de uitweg uitkomt op:
1. minder dan 50 meter afstand van een verkeersregelinstallatie (VRI);
2. op een kruispunt binnen de 5 meter, gemeten vanaf het begin van de rechtstand.
3. opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
4. een (achterom)pad dat door voetgangers en fietsers wordt gebruikt;
5. een hoofdfietsroute (een veel gebruikte functionele en/of recreatieve fietsroute zoals weergegeven in het fietspadenplan) waardoor kruisen van deze route noodzakelijk is;
6. een (hoofd)ontsluitingsweg (een weg die de wijk ontsluit zoals weergegeven in het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan);
7. een locatie waardoor de zichtbaarheid vanaf de uitweg op de weg/voetpad/fietspad onvoldoende is voor verkeer;
8. een bushalte of minder dan 20 m van een haltevoorziening (inclusief inrijhoek).
Paragraaf 2
Artikel 2.1
Het doelmatig en veilig gebruik van de weg
Onderdeel van Beleidsregels ten aanzien van uitwegvergunningen