Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige
burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het
woord voeren over geagendeerde onderwerpen.
Het woord kan niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen
bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft
opengestaan;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of
aanbevelingen van personen;
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
ten minste 48 uur voor
(wijzigingsvoorstel: uiterlijk om
10.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt
gehouden) de aanvang van de
vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam,
adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het
woord wil voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers
als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens
in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van
de spreektijd.
De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit
heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet
een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de
burger.
Nadat een spreker het woord heeft gevoerd, gaat de
voorzitter na of één of meer raadsleden op het gesprokene
wensen te reageren. Indien het geval blijkt te zijn, dan
biedt de voorzitter hiertoe gelegenheid bij het betreffende
agendapunt. De betreffende spreker kan vervolgens nog één
keer reageren op hetgeen vanuit de raad naar voren is
gebracht naar aanleiding van zijn inspraak.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 17
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad der gemeente Heerde 2006