Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad der gemeente Heerde 2006

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 48 uur voor (wijzigingsvoorstel: uiterlijk om 10.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt gehouden) de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Nadat een spreker het woord heeft gevoerd, gaat de voorzitter na of één of meer raadsleden op het gesprokene wensen te reageren. Indien het geval blijkt te zijn, dan biedt de voorzitter hiertoe gelegenheid bij het betreffende agendapunt. De betreffende spreker kan vervolgens nog één keer reageren op hetgeen vanuit de raad naar voren is gebracht naar aanleiding van zijn inspraak.

Rechtspraak bij dit artikel