Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3

Aanwijzen van de doelgroepen

Onderdeel van Verordening inburgering 2007

Met betrekking tot de inburgeringplichtigen aan wie door het college een inburgeringvoorziening kan worden aangeboden, zijnde de uitkeringsgerechtigde inburgeringplichtige en de oudkomer die zelf geen inkomsten uit arbeid of uitkering geniet, wijst het college de inburgeringplichtigen bij voorrang aan op basis van de volgende criteria: de inburgeringplichtige die gealfabetiseerd is; de inburgeringplichtige die de zorg heeft voor een of meer kinderen jonger dan 18 jaar en die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of uitkering geniet; de inburgeringplichtige die zichzelf meldt en gemotiveerd is. Het college biedt in ieder geval aan de inburgeringplichtige die houder van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 of 33 Vreemdelingenwet 2000 of geestelijk bedienaar is een inburgeringvoorziening aan. Het college stelt bij uitvoeringsprogramma de weging en prioritering van de voorrangscriteria, als bedoeld in lid 1, vast, een en ander met in achtneming van het jaarlijkse voorzieningenplafond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel