Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 9

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening inburgering 2007

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 125 indien de inburgeringplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringplichtig is geen gehoor geeft aan de oproep of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringexamen heeft behaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel