Naar hoofdinhoud
Een raadscommissie bestaat uit maximaal twee leden per fractie, indien de fractie uit maximaal vier leden bestaat, en maximaal drie leden per fractie indien de fractie uit meer dan vier leden bestaat.. De in lid 1 genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. De raad kan daarnaast per commissie 2 buitengewone leden benoemen. 4a. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10 tot en met 15 van de Gemeentewet alsmede artikel B3 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. De in artikel 14 Gemeentewet genoemde zuiveringseed/-belofte en ambtseed/-belofte worden afgelegd in handen van de voorzitter van de gemeenteraad en wel tijdens een openbare raadsvergadering. De in het eerste lid bedoelde leden dienen daarnaast hetzij tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie hetzij voor benoeming als commissielid worden voorgedragen door zowel de voorzitter van de betreffende fractie als het bestuur van de betreffende politieke vereniging. Commissieleden als behorende tot de onder c. laatstbedoelde categorie kunnen gedurende één raadsperiode voor niet meer dan één fractie zitting nemen in een raadscommissie als bedoeld in artikel 2. De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid als bedoeld in het eerste lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het vierde lid, genoemde vereisten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel