Voor de bepaling van de overheadkosten is als uitgangspunt het
document ‘Hoofdlijnen vernieuwing BBV’ en de ‘notitie Overhead’
genomen.
Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de
sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces
te weten:
Huisvestingskosten (gemeentehuis, gemeentekantoor en
gemeentewerf);
Facilitaire zaken (portokosten, telefoonkosten,
verzekeringskosten, abonnementen, kantoorartikelen etc.);
Automatiseringskosten;
Salariskosten overheadpersoneel (leidinggevenden, personeel
PIOFACH, juristen en Bestuurssecretariaat, lokaal beleid en
cafetariamodel);
Overige personeelskosten (opleidingskosten, reis- en
verblijfskosten, werving & selectie, ARBO, OR,
representatiekosten, mobiele telefoonkosten etc.).
Het overheadpercentage wordt bepaald door het totaal van de bij lid
2 genoemde overheadkosten te delen door het totaal van de
apparaatskosten en vervolgens te vermenigvuldigen met een factor 100
(afgerond op 2 decimalen).
Het overheadpercentage wordt jaarlijks bij de begroting vastgesteld
en wordt opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering van de
programmabegroting.
Voor genoemde zaken in artikel 11 lid 6 worden niet alle
overheadkosten meegeteld.
Deze overheadkosten worden bepaald door het totaal van de bij lid 2
genoemde overheadkosten te nemen exclusief:
Huisvestingskosten (gemeentewerf);
Facilitaire zaken (verzekeringskosten);
Salariskosten overheadpersoneel (lokaal beleid en
cafetariamodel);
Overige personeelskosten (opleidingskosten, reis- en
verblijfskosten, werving & selectie, ARBO, OR,
representatiekosten, mobiele telefoonkosten etc.).
Dit afwijkende overheadpercentage wordt bepaald door het totaal van
de bij lid 2 minus de bij lid 5 genoemde overheadkosten te delen
door het totaal van de apparaatskosten en vervolgens te
vermenigvuldigen met een factor 100 (afgerond op 2 decimalen).
De toeslagen voor de overhead worden bepaald door de onder lid 3 en
lid 6 genoemde percentages te vermenigvuldigen met de
afdelingsuurtarieven van de afdelingen die belast zijn met het
primair proces in het desbetreffende begrotingsjaar. Deze
afdelingsuurtarieven worden opgenomen in de paragraaf
Bedrijfsvoering van de programmabegroting.