Naar hoofdinhoud
3.1. De werknemer treedt in dienst van de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht volgens artikel 7: 610 Burgerlijk Wetboek. Indien de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van 12 maanden of korter, bedraagt de proeftijd één maand. Indien de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van langer dan 12 maanden, bedraagt de proeftijd twee maanden. 3.2. Op de arbeidsovereenkomst zijn van toepassing de bepalingen van boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, deze Arbeidsvoorwaarden reglement, de WWB alsmede de krachtens wet vastgestelde regelingen en, indien vastgesteld, de lokale arbeidsvoorwaardenregeling. 3.3. In de arbeidsovereenkomst wordt in ieder geval opgenomen: naam, vestigingsplaats en het adres van de werkgever alsmede de naam en functie van degene die de werkgever ten deze vertegenwoordigt; de naam, voornamen en het adres van de werknemer; de datum van indiensttreding; de duur van de proeftijd; de vermelding of de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of voor bepaalde tijd is aangegaan; Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur wordt de duur vermeld waarvoor de overeenkomst is aangegaan; het loon bij aanvang van de arbeidsovereenkomst en de termijn van uitbetaling; de arbeidsduur per week; de bepaling dat deze arbeidsvoorwaarden reglement en mogelijke toekomstige wijzigingen en aanvullingen met de arbeidsovereenkomst een geheel vormen; het aantal verlofuren, waarop de werknemer per kalenderjaar recht heeft; dat een trajectplan wordt vastgesteld, gericht op uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel