Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot:
het opschorten van het recht op bijstand zoals neergelegd in artikel 54 lid 1 WWB;
het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54 lid 3 en lid 4 van de WWB;
het terugvorderen van ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bijstand zoals neergelegd in de artikelen 58 tot en met 60 van de WWB.