Naar hoofdinhoud
1.. De burger, de instelling of groep die in een openbare vergadering van een commissie het woord wenst te voeren, doet daarvan kennisgeving bij de aanvang van de betreffende commissievergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. 2.. Zonodig zulks ter beoordeling van de voorzitter worden betrokkenen (n de gelegenheid gesteld in tweede instantie het woord te voeren. De voorzitter is bevoegd de commissieleden in de gelegenheid te stellen aanvullende vragen te stellen ter verkrijging van meer informatie.

Rechtspraak bij dit artikel