Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 37a

Mondelinge vragen

Onderdeel van Reglement van orde vergaderingen gemeenteraad Geertruidenberg 2002

1.. Aan de leden van de raad wordt bij de aanvang van de reguliere raadsvergaderingen gelegenheid geboden vragen te stellen. 2.. Het lid van de raad dat gebruik wenst te maken van het in het eerste lid genoemde recht, meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp, ten minste twee maal 24 uur, behoudens in spoedeisende gevallen, voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter. De voorzitter kan, na overleg met het presidium, weigeren een onderwerp tijdens de vergadering aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de vergadering aan de orde worden gesteld. 4.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens de behandeling van dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel