Naar hoofdinhoud
1.. De belastingplichtige voor:de hondenbelasting;aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljetis uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van diezes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoeldegemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet. 2.. Indien de belastingplicht voor de hondenbelasting in de loop van het belastingjaar ontstaat dan welhet aantal honden dat door de belastingplichtige wordt gehouden wijziging ondergaat, moet debelastingplichtige binnen twee weken na het tijdstip waarop de belastingplicht is ontstaan of dewijziging van het aantal honden heeft plaatsgevonden, bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeelb, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk verzoeken om uitreiking vaneen aangiftebiljet. 3.. Als formulier van het aangiftebiljet hondenbelasting wordt vastgesteld: voor het doen van een aangifte, het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage HB1opgenomen model; voor het afmelden van honden, het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage HB2opgenomen model. 4.. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen dein het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld.Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel