Burgemeester en wethouders bepalen de duur van de periode waarover de draagkracht in aanmerking wordt genomen alsmede het tijdstip waarop deze periode begint.
De duur van de draagkrachtperiode wordt vastgesteld voor een periode van twaalf maanden.
Het tijdstip wordt vastgesteld als zijnde de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt.
Indien er sprake is van een financiële wijziging kan de draagkracht opnieuw worden vastgesteld.