Naar hoofdinhoud

Paragraaf 8.

Artikel 12.

Artikel 12.

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2010

1.. Aan raadsleden en commissieleden vindt vergoeding plaats van reis- en verblijfskosten die zijn gemaakt in verband met in raads- of commissieverband gemaakte reizen buiten het grondgebied van de gemeente door de raad of een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet. Een reis als bedoeld in dit artikel wordt geacht in raadsverband plaats te vinden indien deze plaatsvindt op besluit van de raad of het fractievoorzittersoverleg en in commissieverband indien dit plaatsvindt op besluit van de commissie. 2.. De in het eerste lid bedoelde vergoeding van de reiskosten betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten; bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 4 van de Regeling rechtspositie wethouders. 3.. De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente als bedoeld in het eerste lid worden vergoed. 4.. De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid worden betaald op declaratiebasis. Het raadslid of commissielid dient daartoe het declaratieformulier uiterlijk binnen twee maanden na de datum waarin de kosten zijn gemaakt volledig ingevuld en ondertekend in bij de griffier onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. 5.. Het raadslid of commissielid gebruikt voor de declaratie als bedoeld in het vierde lid een declaratieformulier, waarvan het model is vastgesteld door de griffier.

Rechtspraak bij dit artikel